Kunstmest en stikstofcrisis biedt unieke kans voor boer en burger

De kunstmest-  en stikstofcrisis biedt bij uitstek mogelijkheden voor Minister Jaimi van Essen van LVVN om de afhankelijkheid van onze landbouw van kunstmest, krachtvoer en chemie te verminderen. Mits hierop ingezet, kan zijn nieuwe stikstofbeleid een impuls geven aan zowel de verduurzaming van de landbouw, de vitaliteit van het platteland en onze voedselzekerheid. Tegelijk is dit een uitgelezen kans om de doelstelling van 15% biologische landbouw in 2030 dichterbij te brengen. Dan moet de Minister wel weerstand durven bieden aan de lobby vanuit de toeleverende industrie.  

Waarom neemt het gebruik van chemie in de landbouw nog altijd toe, terwijl er boeren zijn die al decennia bewijzen dat het prima zonder kan? Waarom blijven we grote hoeveelheden soja voor onze miljoenen koeien, kippen en varkens importeren die via de mest het stikstofprobleem veroorzaken?

Een belangrijke oorzaak is de lobby van de agrochemische- en voedingsindustrie die nog altijd een grote invloed heeft op het beleid. Ze betogen dat we zonder hun chemische middelen straks niet meer te eten hebben en voeden zo onrust bij burgers en een deel van de boeren. Toch zijn er genoeg boeren die wel willen overstappen naar biologische bedrijfsvoering als hiervoor de juiste voorwaarden worden geschapen.

De oplossing: keep it simple!

Technisch gesproken is de weg naar een duurzame landbouw relatief eenvoudig. Natuurlijk, het vraagt nieuwe kennis en vakmanschap, maar als je de chemie uit de landbouw haalt en zorgt voor een kleinere grondgebonden veehouderij, krijg je er schoon water, gezonde voeding, schone lucht en een mooi landschap voor terug. Daar zou het beleid op moeten worden gericht. Buig een deel van de miljarden om boeren uit te kopen om richting boeren die de stap naar een chemievrije landbouw en een kleinschaliger veehouderij willen zetten. En zet hier ook bij de verdeling van de Europese landbouwsubsidies vol op in. Dat zou ook een mooie ode zijn aan de helaas te vroeg overleden Marjan Minnesma van Urgenda die met haar praktische 7 vinkjes systeem (waaraan boeren moeten voldoen voor een hectarevergoeding ) haar tijd weer eens ver vooruit was.

Waar zou jij willen wonen?

Ook voor de leefbaarheid van het platteland biedt een omwenteling veel voordelen. Grootschalige veebedrijven en teelten die veel bestrijdingsmiddelen gebruiken zoals de bloemen- en bollenteelt onttrekken leven en waarde aan de omgeving; insecten, vogels, planten en zoogdieren leiden onder de vervuiling van water, lucht en bodem, er zijn gezondheidsrisico’s voor de omwonenden. De bijdrage aan onze nationale economie van ons huidige landbouw en voedselsysteem wordt met miljarden overtroffen door de maatschappelijke schade die het veroorzaakt zoals het rapport the Hidden Bill van Deloitte aantoont.  Rondom agro-ecologische en bio(dynamische) boerderijen willen mensen juist graag wonen, het trekt leven aan en voegt juist veel waarde aan de omgeving toe.

Voor een dichtbevolkt land als Nederland is een duurzame landbouw die vooral gericht is op de eigen regio voor een groeiende groep boeren de weg voorwaarts. Dat vraagt soms nieuwe technologie, zoals met robots om onkruid te wieden, en om sociale en ecologische innovaties.

Papieren werkelijkheden

Technische innovaties op deelproblemen zoals luchtwassers in stallen kunnen wellicht ammoniak opvangen, maar houden integrale en structurele oplossingen vooral op. Eenzijdige sturing op de vermindering van uitstoot van ammoniak zal ook een waterbedeffect hebben, waarbij andere problemen in stand blijven of worden vergroot. Weidegang waarbij de uitstoot sterk wordt verminderd omdat plas en poep van de koeien hiermee wordt gescheiden is zeker zo effectief en tegelijk goed voor het dierenwelzijn en de voedselkwaliteit. Bovendien dreigen de broeikasemissies in landen waarvandaan ons krachtvoer wordt geïmporteerd niet te worden meegenomen bij de gekozen meetmethoden. De lobby probeert zo via datasturing de industriële landbouw via een papieren werkelijkheid in stand te houden. Maar wie zorgt er voor ons voedsel als de importen van soja en kunstmest stagneren? Een chemievrije landbouw die meer op plantaardige productie inzet zorgt juist voor meer voedselzekerheid.

We zouden één doel moeten hebben: een toekomstbestendige landbouw. Wat een mooie uitdaging voor Minister van Essen!

 

Bert van Ruitenbeek, directeur Stichting Demeter en voorzitter van het Groenboerenplan netwerk

Tom Saat, biodynamisch boer Stadsboerderij Almere en bodemkundige

 

 

Pilot Demeter PGS met 12 bedrijven van start
Share